Werken in hout
Ik houd van hout. Vaak zegt een gevonden stuk hout zelf al zoveel, dat mijn ingrepen haast een duet worden.
uit 2020 tot 2022
(klik op de afbeelding om het werk groter te bekijken)
stuur een bericht
Elandtest
2022
vrijmoedig grijnst de eland
met zijn honderd jaarringen
onverstoorbaar kauwend
op altijd weer verse twijgen
jonge scheuten wachten
op gaten in het gewei
bomen gevallen in zijn geheugen
geduldige groei van ongerept
geen bocht brengt onbalans
zijn kalme stap verbeeldend
een melancholiek meanderend pad
Fahne hoch?
2022
een nieuw gat
geschoten
in ons geheugen
rafelend al jaren
de loom wapperende
randen onzer herinnering
gedwee de knik
van wie ooit
het vaandel volgde
een vage vlek
op onze als vanouds
onbezoedelde standaard
Stapelgek
2022
zo stapelde hij
herinneringen op
gebeurtenissen
varianten op
uniek beleefde
eenvormigheid
zijn perspectief
minieme slagen
draaiend
met de illusie
dat hij tenslotte
alles overziet
Venus eet Mars
2022
een
hoopvol perspectief
als
mars door venus
verzwolgen lijkt
als
amoebe van liefde
oorlog opneemt
die
verteerd lijkt
maar
banen vertekenen
eclips schuift
mars voor venus
dus
lichtjaren afstand
geen invloed
natuurkrachten
Vol op het orgel
2022
vol van vrij om te zeggen
klinken de klanken hol
uit zijn dof glanzende pijpen
alle registers trekt hij open
zonder veel weerklank
in de kerk van al eeuwen
al eeuwig zo geschreven
wat hij anders maar
nooit vrij van vroeger
zich verbeeldt
een lange galm door zijn uitdijende weten
Redenering
2021
nevenschikkend
rust de onderbouwing op
staat het argument naast
de steen die stolde
uit duizend boeken
en honderd keer
een aanraking
van meisjes
maar die muzen
zie je niet
die ronde meisjes
waar hij voor viel
wel blokken
die vierkant
hangen
Standpunt
2021
het staat niet ferm
op de steen maar
op een premisse
waarvan
de holte spiegelt
in hoekig hout
op hoekig steen
voor de vorm
is de schaduw
erachter weggemoffeld
Twee kwallen
2021
getweeën pulsend
groot de zee
erlangs de dode kust
spoelen ze samen aan
spoelt de zee ze uit
hun element
sierlijk nog
samen schuivend
ooit ondeelbaar
straks de huiver
van twee kinderen
spelend in het zand
Grandeur (Tristesse)
2020
die grote volle
zijden shawl
het vosje om
de mantel bont
grande dame
van weleer
ontpel
alle dierenvel
rest een karkas
van herinnerde
overdaad
de minzaam
zwaaiende groet
door niemand meer
gezien zwaait
een vroeger
uit dat
lang geleden
afscheid nam
Levenspad
2020
geen pad is
in de zin van te begaan
zijn leven
ook niet in de zin van
symmetrisch
ook niet als te lezen
van boven naar beneden
noch omgekeerd
maar zo recht
zijn ruggengraat
met al die dwarsheden
zo is het
zijn leven
zo symmetrisch
zo bedacht
zo verbeeld
Moeder en dochter
2020
kromt de navelstreng
neigt de moeder
vol liefde naar
de dochter die
afgeleid door
een bloem
een vogel
die jongen
niet zozeer
zich afwendt
maar de wereld
trekt
en geen herinnering nog
aan straks het kind
uit haar
Paaldans
2020
routine zwiert
holte en barst
nerf en knoest
oude takken
stramme zwaai
splitst de paal
doorzien door wie
ook toen begeerde
en straks weer
Roker
2020
denkt de rook
zijn tevreden mond
niet als oorzaak
van de richting die
uitdijt tot vormloze
zich niet bedachte
betekenisvol onherkenbare
vrijuit verwaaiende
gedachten
Sirene
2020
haar roep
haar lustvol glanzende lokken
en billen strak
maar hol een put
waarin gelokt
vermalen
zijn genot
starend rest verlangen
gebogen over de reling van
zijn traag gestaag geloken bestaan
Sprong
2020
springt het paard
buigt de ruiter
voorover
versteent de geschiedenis
sedimenteert de herinnering
splijt het hoofd
vermolmt de rug
stilt de tijd
ferm beeld
lyriek van ons verhaal
Verknocht hoofd
2020
in het hoofd
van de verknochte man
zwellen de holten
onoverbrugbaar tussen
de knoesten van toen
zijn mond verteert stom
tot een groef in de tijd
zijn blik naar binnen
ongericht ziet hij
slechts terug
tot waar het vroeger
begon te sterven
Windorgel
2020
aangeblazen door een vlaag
vult toon de verder open ruimte
met verlangen naar
een vroeger dat
ach wat
de wind is al gaan liggen
de avond valt
het late licht om zijn lippen
is stom en zonder toon en
mooi in zichzelf