vrijmoedig grijnst de eland
met zijn honderd jaarringen
onverstoorbaar kauwend
op altijd weer verse twijgen
jonge scheuten wachten
op gaten in het gewei
bomen gevallen in zijn geheugen
geduldige groei van ongerept
geen bocht brengt onbalans
zijn kalme stap verbeeldend
een melancholiek meanderend pad